Het COGG belegt jaarlijks een landelijke conferentie en stimuleert het houden van plaatselijke en regionale forum- en discussieavonden.

Conferentie 23 april 2015

 

Het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) hieldt op 23 april 2015 haar jaarlijkse conferentie. Het onderwerp was: ‘Het vreemdelingschap van de christen in de 21e eeuw.’

Met medewerking van

  • Prof. dr. G.C. den Hertog (theologische onderbouwing)
  • Evangelist ir. J.m. ten Brinke (Hoop voor Noord-Amsterdam) en
  • dr. W. Fieret, lector identiteit Hoornbeeck College Amersfoort: een praktische uitwerkiing
  • dr. J. van Eck, emeritus legerpredikant: een causerie over de brief van Diognetus over vreemdelingschap in de 2e eeuw en de relevantie voor nu.

 

Gehouden referaten:

Prof. dr. G.C. den Hertog

Het is goed dat het thema van deze conferentie luidt: ‘Het vreemdelingschap in de 21e eeuw’. Dat zeg ik, omdat we zeker bij dit onderwerp niet mogen blijven steken in algemene beschouwingen. De vragen van het vreemdelingschap zijn niet in het luchtledige aan de orde, het gaat om oriëntatie voor vandaag. En we bevinden ons in een zekere verlegenheid. De modellen van gisteren ‘werken’ niet meer, en we vragen ons stilletjes af of ze bij nader inzien wel zo goed waren. Lees meer...

ir. J.m. ten Brinke

We zijn, als christen, niet meer van deze wereld. Heel treffend werd ik daarbij bepaald toen een Armeense asielzoeker, die een vriend was geworden, tot geloof kwam en in de maanden daarna wilde gaan leren leven zoals Christus ons geleerd heeft. Zoals u, jij en ik liep hij tegen zichzelf aan. Op een dag kreeg hij, als pizzabezorger op zijn brommer, een ongeluk. Hij werd geschept door een auto, vloog door de lucht en belandde met een klap op straat. Die avond zocht ik hem op in het ziekenhuis; hij was weer bij kennis maar had overal pijn. Nadat we wat gepraat hadden vroeg hij me: ‘Jurjen, zegt eens, is het fout dat ik vanmiddag het volgende dacht? Ik vloog door de lucht, belandde op straat en was een tijd bewusteloos. Toen ik weer bij kwam voelde ik mijn lichaam en dacht ik: ‘Jammer, ik leef nog.’’ Lees meer...

dr. W. Fieret

‘Waarom was het in onze westerse samenleving omstreeks 1500 vrijwel onmogelijk om niet in God te geloven, terwijl velen van ons dat in 2000 niet alleen eenvoudig vinden, maar zelfs onvermijdelijk?’ Met deze intrigerende vraag opent de Canadese filosoof Charles Taylor zijn qua omvang, maar ook inhoud, imponerende boek Een seculiere tijd. Hij constateert in zijn boek dat in de loop van de tijd het vanzelfsprekende van het christelijke geloof verdwenen is. De zin: ‘Het is toch logisch dat je gelooft’, is vervangen door ‘Het is toch vreemd dat je gelooft.’ Lees meer ...

dr. J. van Eck

De tweede eeuw – na Christus uiteraard – is de eeuw van de apologeten, de ‘verdedigers’ van het christendom. Een verdediging van het nieuwe geloof was op zijn plaats, want het stond bekend als een ‘verderfelijke superstitie’ (Tacitus). Geruchten over incestueuze praktijken, kannibalisme en kinderoffers onder christenen gingen rond. Het werd tijd om te laten zien dat de werkelijkheid anders was. De schrijver van wat ‘De brief aan Diognetus’ wordt genoemd heeft dit op zijn eigen manier geprobeerd. Wat hij biedt is meer dan een weerlegging van de gangbare aantijgingen. Hij weet – en dat ook nog in een meeslepende stijl – de positie van de christenen in de wereld te verduidelijken, en, wat nog meer is, hun betekenis vóór de wereld. Lees meer ...

 

 
 
s