Kerk en VLUCHTELING

 

Referaat COGG conferentie 20 april 2016 Marten Visser

 

I Waar christenen het over oneens mogen zijn

  1. Of het al dan niet een taak van Nederland is om vluchtelingen uit andere delen van de wereld in de Nederlandse maatschappij te integreren.
  2. Hoeveel vluchtelingen Nederland op moet vangen.
  3. Of iemand al of niet een vluchteling is.
  4. Of het al dan niet verstandig is moslimimmigratie naar Nederland toe te laten.

Dit zijn dingen waarover onze mening beïnvloed wordt door ons geloof, maar er is geen directe lijn van de Bijbel naar opvattingen hierover. Mensen met een Groen-Linksopvatting hierover horen hartelijk welkom in de kerk te zijn zonder dat ze zich hoeven te bekeren. Mensen met een PVV-opvatting hierover horen hartelijk welkom in de kerk te zijn zonder dat ze zich hoeven te bekeren. De kerk hoort er respect voor te hebben dat mensen die Christus liefhebben en willen volgen, verschillende opvattingen hebben over asielpolitiek.
Regelmatig wordt gezegd dat je uit naastenliefde een ruim asielbeleid moet voorstaan. Als je dat niet doet, ben je geen goede christen. Die redenering gaat op minimaal drie manieren mank. 

  1. Naastenliefde is een persoonlijke deugd waartoe alle christenen worden opgeroepen. Het is echter een slecht politiek beleidsuitgangspunt. In de politiek gaat het om recht en gerechtigheid.
  2. We moeten iedereen liefhebben: vervolgde mensen (en ook niet-vervolgde mensen) die in hun land of regio blijven, vervolgde mensen (en ook niet-vervolgde mensen) die naar Nederland toekomen, en alle mensen die al in Nederland wonen. Er valt over te discussiëren of een ruime asielpolitiek de meeste naastenliefde naar al deze groepen laat zien.
  3. Onvermijdelijk worden ergens grenzen aan de politieke vorm van naastenliefde gesteld. Een opvallend voorbeeld daarvan is het grote verschil aan rechten tussen mensen die buiten Europa zijn en naar Europa proberen te komen (die proberen we tegen te houden), en degenen die in Europa zijn gearriveerd (die hebben allerlei rechten die soms met een beroep op naastenliefde worden verdedigd). Een beroep op naastenliefde alleen werkt dus niet.

Naastenliefde is: ik help jou. Dat kost mij wat, maar ik doe het. Dat is christendom. Het is een vergissing om dat naar de politiek te vertalen. Want dan wordt het: ik help jou met zijn belastingcenten. Dat kost mij niets, maar ik doe het toch. Dat is socialisme. Laten we niet doen alsof die twee dingen wat met elkaar te maken hebben.

II Dat de kerk zich bijna nooit met de politiek moet bemoeien
Uit het bovenstaande blijkt al dat de kerk zich normaal gesproken afzijdig moet houden van de politiek. De Bijbel is duidelijk over veel zaken, maar dat geldt maar heel zelden voor ingewikkelde politieke vraagstukken. De kerk mag zich alleen uitspreken als ze met volle overtuiging kan zeggen ‘dit vraagt God van u’. Mijn eigen kerk, de PKN, heeft nogal moeite met duidelijke dingen over de Here God te zeggen. Predikanten die denken dat God niet bestaat of die denken dat Jezus nooit bestaan heeft, zijn hartelijk welkom. We weten allemaal niet zo precies hoe het zit, dus geef elkaar wat ruimte. Maar er zijn dingen die de kerk wel zeker weet. Die liggen onder andere op het gebied van de asielpolitiek. Een paar jaar geleden heeft de PKN de Nederlandse staat bij een Europese instantie aangeklaagd om af te dwingen dat afgewezen onuitzetbare asielzoekers bed, bad en brood zouden krijgen. Ik kan er wel een beetje inkomen dat ze dat deed. “De vreemdeling vernachtte niet op straat” was een van de goede daden van Job, en het is prima dat de kerk zich daar ook voor inzet. Toch vind ik de actie van de PKN niet passend om de volgende redenen:

  1. Beroep instellen op Europees niveau tast de Nederlandse souvereiniteit aan. Aangezien de meeste mensen buiten Den Haag daar tegen zijn, zou de PKN dat niet moeten willen.
  2. Als de kerk vindt dat christelijke naastenliefde erom vraagt dat mensen bed, bad en brood krijgen, dan moet de kerk dat geven, ook als de overheid dat niet leuk vindt. Echter, de overheid proberen te dwingen die voorzieningen te leveren is geen naastenliefde maar bemoeizucht.
  3. Er was aanzienlijk verschil van inzicht binnen de maatschappij, ook onder christenen, over de vraag of de asielzoekers om wie het ging inderdaad schuldloos onuitzetbaar waren en over de gevolgen van opvang. Naar mijn mening leidde wat God van ons vraagt in de Bijbel niet zo duidelijk naar een van de twee opvattingen dat de kerk zich aan een kant op moest stellen.

Een ander, nog duidelijker voorbeeld van hoe de PKN zich onterecht politiek uitsprak was vorig najaar. Ze zei onder andere dat er een veilige route voor asielzoekers naar Europa zou moeten komen, zodat ze niet langer langs gevaarlijke wegen een veilige plek hoeven te vinden. Dit is lief, maar dwaas. Hier zie je waarom de kerk zich ver moet houden van de politiek. ‘We gunnen iedereen het beste’ is een christelijke uitspraak. Dat hoort een christen te doen. Maar in de politiek moet je rekening houden met onbedoelde gevolgen van je daden. ‘We moeten een veilige route geven aan asielzoekers’- echt waar? De uiterste consequentie daarvan is dat we alle tientallen miljoenen mensen uit oorlogsgebieden een luchtbrug naar Nederland moeten aanbieden. Het is heel simpel: dat kan niet. Elke opening zorgt ervoor dat de vluchtelingenstroom aangroeit. Deze aanbeveling punt is dan ook een half jaar later volkomen achterhaald. We proberen, met vrijwel algehele instemming, de vluchtelingen niet een veilige route te bieden, maar de routes af te snijden. De conclusie is dus duidelijk: de kerk heeft iets doms gezegd. Maar de kerk spreekt namens de Here God, en de Here God is niet dom. Er is dus duidelijk iets misgegaan.

 Het gaat trouwens niet alleen fout als de kerk te veel over de politiek zegt, maar ook als de politiek te veel over de kerk zegt. Op initiatief van de ChristenUnie is een paar jaar geleden geregeld dat Iraniërs die in Nederland christen worden, mogen blijven. Sindsdien moet de Nederlandse staat zich dus bezig houden met de beoordeling of iemands geloof oprecht is. Daarmee heeft de Nederlandse staat de unieke positie verworven te bepalen wie een echte christen is. Alleen al om die reden had dit nooit ingevoerd moeten worden. En kerken komen in de ongemakkelijke positie zich af te vragen waarom Iraniërs komen en gedoopt willen worden. Er wordt wantrouwen ingebouwd in de relatie kerk en potentieel lid. Zelfs voor de Iraniërs zelf wordt het moeilijk te weten wat hun motivatie is om zich bij de kerk aan te sluiten. Gaat het hen om de Here Jezus of om de verblijfsvergunning? Ongetwijfeld zullen ze het in vele gevallen zelf niet eens weten.

III Wat de kerk wel moet doen
Over de asielpolitiek kunnen en mogen we het als christen hartgrondig oneens zijn. Er zijn twee simpele dingen die niet politiek zijn waar alle christenen het over eens horen te zijn. Dat zijn de dingen waar de kerk zich op moet richten.

Ten eerste: we zijn geroepen de mensen die in onze buurt komen, lief te hebben. Dus als asielzoekers in onze stad of ons dorp komen, helpen we ze. Het maakt niet uit of het er 150 zijn of 1500. Het maakt niet uit of het Syriërs zijn of Afghanen of Eritreeërs. Het maakt maar een klein beetje uit of ze christen zijn of moslim (we zijn tenslotte geroepen goed te doen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof). Het maakt niet uit of er potentiële terroristen onder zitten. Als het meezit, komen ze door het betoon van christelijke naastenliefde tot geloof. Als het niet meezit, komen we hooguit wat eerder in de hemel. Als asielzoekers bij ons in de buurt wonen, is de politieke en ambtelijke vraag wat er met hen moet gebeuren niet relevant voor onze opstelling. Het zijn onze naasten en we tonen hen liefde.
Die naastenliefde tonen kan op verschillende manieren. Ik krijg berichten via Stichting Present in Zwolle waarin allerlei mogelijkheden worden genoemd: samen eten; taalles geven; samen ramen lappen; samen een huis opknappen; naar Leen Bakker gaan om samen vloerbedekking uit te zoeken; snel iemand naar het ziekenhuis brengen. Het is gewoon heel leuk om dat te doen. En het mooie voor de kerk is dat het mogelijkheden opent voor mensen die graag met hun handen werken.
Onderdeel van het tonen van naastenliefde kan ook zijn hulp bij de asielprocedure bij mensen die je al langer kent. Het is redelijk logisch dat dat deel van de relatie gaat uitmaken, hoewel het de voorkeur heeft het bij de asieladvocaat en Vluchtelingenwerk te laten liggen. Mocht het toch gebeuren, dan wil ik wel een aantal waarschuwingen geven:

  1. Zorg dat dit niet bij een persoon ligt, maar bij een groep uit de gemeente. Het is iets waar mensen psychisch aan onderdoor kunnen gaan.
  2. Wees je ervan bewust dat er veel leugens in asielaanvragen staan. Misschien ook in die van die aardige mensen die jij kent. Sta niet in voor dingen die je niet zelf kunt weten. Zet je niet (langer) in voor een dossier als je weet dat er leugens in staan.

Ten tweede: we zijn geroepen vluchtelingen het Evangelie brengen. Veel van de vluchtelingen komen uit islamitische landen waar het moeilijk is het Evangelie te verkondigen. Wat een kansen biedt dat. We kunnen niet in asielzoekerscentra van deur tot deur evangeliseren, maar er zijn allerlei mogelijkheden om persoonlijke relaties met vluchtelingen op te bouwen waarin het Evangelie ter sprake kan komen en om christelijke activiteiten georganiseerd te organiseren waar vluchtelingen naar uitgenodigd kunnen worden. Zodra ze buiten het asielzoekerscentrum gaan wonen, zijn ze aan de ene kant moeilijker te vinden, aan de andere kant gemakkelijker te benaderen omdat je geen last hebt van de soms wat restrictieve regels van de COA. Stichting Gave is bij uitstek de organisatie die plaatselijke kerken kan helpen bij evangelisatie onder vluchtelingen.
Een aantal dingen die ik graag onder de aandacht breng:

  1. Zet in op volledig lidmaatschap van vluchtelingen in de kerk. Neem je eigen kerk serieus door geen gastlidmaatschap aan bijvoorbeeld Rooms-katholieke christenen aan te bieden, maaar werk toe naar belijdenis van het geloof. Neem de vluchtelingen serieus door hen, als ze belijdend lid zijn, de kerk te laten verrijken. Leer Nederlandse tradities wat minder serieus te nemen.
  2. Het blijkt moeilijk vluchtelingen in Nederlandse kerken te integreren. Het lukt met enkelingen, zelden met grotere groepen. Daarom moeten we ook kerken planten waar vluchtelingen qua taal en cultuur thuis zijn. Organiseer geen kerkdiensten voor vluchtelingen, maar plant kerken onder hen, zelfs bij AZC’s waar ze slechts tijdelijk verblijven. Daardoor wordt je als kerk gedwongen je evangelisatorische en pastorale verantwoordelijkheid serieus te nemen. De vluchtelingen leren wat een kerk is, in plaats van dat ze een activiteit bezoeken die voor hen georganiseerd wordt. Dat zal ook de kans dat ze zich in een nieuwe woonplaats bij een kerk aansluiten, sterk vergroten. Waar enigszins mogelijk (bij AZC’s kan dat moeilijker zijn) moeten het kerken van vluchtelingen zijn, niet kerken voor vluchtelingen.
  3. AZC’s zijn heel zichtbaar, en er gebeurt veel vanuit de kerken. Ik ben ervan overtuigd dat de grootste uitdaging de komende jaren ligt in het bereiken van al die mensen die een status hebben. Vele vluchtelingen zijn gedesillusioneerd door de islam of zijn nominale christenen. Beide groepen staan veel meer open voor het Evangelie dan autochtone Nederlanders. En zij vormen potentiële bruggen om het Evangelie terug te brengen naar hun moederland.

 

Stellingen:

  1. We moeten erop gericht zijn in diaconale hulp aan vluchtelingen ook altijd het Evangelie met hen te delen.
  2. We moeten meer kerken planten die zich richten op vluchtelingen.

Artikelen:

 
 
s