Pitch – dr. Moehn

Zouden wij anno 2019 de remonstranten ook “de deur uitzetten” en een contraremonstrantie schrijven? (N.a.v. ‘Dordt’)

Hoe vaak hebt u een Pitch mogen uitspreken? – Voor mij is dat nu precies twee jaar geleden, tijdens de Cursus Basiskwalificatie Onderwijs. Je mag je dan hoogleraar noemen, maar de papieren moeten wel in orde zijn. Deze cursus moest ik dus volgen.

‘Volgende week houden jullie een Pitch’, luidde de opdracht van onze docent. Wist ik wat er van mij verwacht werd, zeg ik u maar in alle eerlijkheid. In de jaren ’80 van de vorige eeuw ben ik opgeleid om preken en meditaties te houden en daar hield ik me ondertussen al een kwarteeuw mee bezig. Maar goed, Google weet raad en kan je precies vertellen wat de bedoeling is: Pitch is de korte vorm van Elevator Pitch. In de tijd die een lift nodig heeft om je boven in een gebouw te brengen, mag je proberen je verhaal aan de man te brengen. Gelukkig heb ik iets meer spreektijd gekregen – pakweg 25 minuten. Dat komt aardig in de buurt van een preek. Dat klinkt al weer wat veiliger dan zo’n pitch. U wilt iets daar tussenin. Niet te zwaar en niet te licht. Liefst geen acteur, maar ook geen zware lezing kort na de lunchpauze.

In het Reformatorisch Dagblad hebt u dinsdag het verslag kunnen lezen van een bijeenkomst in het hoofdgebouw van de VU in Amsterdam: ‘Exite! Eruit!’ – vrij vertaald: ‘ingerukt mars!’ In de persoon van Marijke Broekhuijsen was een heuse acteur ingehuurd, die met een aantal studenten ‘De synode draait door’ opvoerde – een historische actualiteitenrubriek over de uitzetting van de remonstranten op 14 januari 1619 – maandag j.l. exact 400 jaar geleden. Dat wilt u niet.

Ook geen lezing, waarbij ik me verkleed zou hebben als ds. Johannes Bogerman. Professor Donald Sinnema heeft dat gedaan in de Grote Kerk in Dordrecht november j.l. tijdens een internationaal congres dat gewijd was aan de Synode. Via Google-afbeeldingen kun je zien hoe hij dat inmiddels op allerlei plaatsen op de verschillende continenten gedaan heeft. Zo’n uitdossing moet wel je ding zijn.

Kortom, een niet al te zware, maar ook weer niet al te lichtvoetige reflectie op de vraag die u uitdagend hebt opgeworpen: Zouden wij anno 2019 de remonstranten ook “de deur uitzetten” en een contraremonstrantie schrijven? (N.a.v. ‘Dordt’) – wie zijn 400 jaar na dato gereformeerd en wie zijn de remonstranten? En om het geheel nog wat te kruiden ook nog de vraag erbij betrekken: ‘Waarom katholiek vandaag?’

1) De remonstranten – wie zijn zij anno 2019 en waar staan zij voor? Heb je een compleet beeld met de wervingscampagne, met posters, advertenties en radiocommercials? ‘Mijn God… enz.’ / ‘Geloof begint bij jou’. Ik vraag me af of er sprake is van het officiële remonstrantse standpunt. Een insider – dr. Meijering – weet te melden dat er graden van vrijzinnigheid zijn binnen de Remonstrantse Broederschap, zoals er ook graden in orthodoxie zijn onder de Gereformeerde Belijders die zich bevinden in de lokale gemeenten.

Het is wel mijn indruk dat de flanken binnen de Remonstrantse Broederschap minder ver van elkaar verwijderd zijn, dan het geval is in de kerk waar ik zelf lid van ben – de Protestantse Kerk in Nederland. Door de manier waarop de vraag voor deze middag geformuleerd is, zijn we snel geneigd om te denken in twee massieve blokken: zij tegenover wij.

2) Wanneer we in de vraag spreken over ‘wij’, wordt stilzwijgend verondersteld dat we over een periode van niet minder dan vier eeuwen de lijnen door kunnen trekken en dat er nog steeds sprake is van twee partijen die tegenover elkaar staan. Beperk ik me tot de contraremonstranten, dan gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat er zoveel gebeurd is, dat het moeilijk, zo niet onmogelijk is te spreken over de directe erfgenamen van de contraremonstranten.

– ik praat nu niet over nuanceverschillen, maar er was sprake van de kerk van de reformatie, waarbinnen het niet mogelijk bleek nog langer de flanken bij elkaar te houden. ‘Ite’, klonk het uit de mond van ds. Bogerman en we weten wat er daarna gebeurd is met de remonstrantse predikanten. Diegenen die kerk wensen te zijn in de lijn van de contraremonstranten, zijn in de loop van de eeuwen uiteengevallen in vele denominaties. De home-page van uw website opent met deze woorden: ‘Wat het COGG ten diepste drijft, is dat het zich bij de kerkelijke verdeeldheid niet mag en wil neerleggen. Het COGG wil het onderlinge gesprek voeren op grond van Schrift en belijdenis, tot onderlinge bemoediging, corrigering en versterking van het wederzijdse begrip.’ Ik proef daarin een verlangen naar katholiciteit – in ieder geval het verlangen om alle gereformeerde belijders bijeen te brengen. Vraag: hoe sterk staan we als ‘wij’, wanneer de ontbinding van uw orgaan nog niet geagendeerd staat, omdat de doelen bereikt zouden zijn?

– Er wordt gesproken over ‘wij’. Durven we het aan de onderlinge theologische posities ter sprake te brengen – ook de wijze waarop we met de erfenis van Dordrecht zijn omgegaan? Het klinkt heel mooi wanneer we zeggen 100% genade – 100% verantwoordelijkheid. Het is een poging om de verhouding tussen God en mens doorzichtig te maken. Maar hoe verschillend is dit in de loop der tijden uitgewerkt! Ik denk aan de wijze waarop in de theologie van Alexander Comrie alle kaarten gezet zijn op de eeuwigheid, om voor altijd de gedachte uit te bannen dat er van de kant van de mens ook maar sprake zou zijn van enige medewerking. De tijd wordt door de eeuwigheid verslonden – leerde prof. Graafland ons al tijdens zijn hoorcolleges in Utrecht. Er is dan niet alleen een verkiezing van eeuwigheid, maar ook een rechtvaardiging van eeuwigheid. Over de problemen en de strijd rondom het aanbod van genade hoef ik hier met u niet te spreken. Duidelijk wordt wel dat het problematisch is om te spreken over ‘wij’.

Anderzijds moeten we ook zeggen dat de Remonstranten van nu eveneens een forse ontwikkeling hebben doorgemaakt en allang niet meer gelijk zijn aan de Remonstranten van vierhonderd jaar geleden. Arminius riep steeds weer op om oog te hebben voor de verantwoordelijkheid van de mens. Wanneer we vandaag de dag luisteren naar de spotjes en de advertenties, dan is de onderliggende gedachte dat het moderne vrijheidsbegrip de meetlat is waaraan alles gemeten moet worden. Ik lees op de website van de Broederschap: ‘Oog hebben voor de menselijke maat in het geloof, dat vinden remonstranten belangrijk. Hoe kom jij tot jouw recht? Daarom bepleiten ze een vrij en verdraagzaam christendom. Je zou kunnen zeggen dat de Remonstranten de lessen van het humanisme verbonden hebben met het christelijk geloof. Iedereen is vrij het geloof op zijn of haar eigen manier te beleven.’

Deze observaties brengen me bij de vraag:

3) Zou het zin hebben om ‘de deur uit te zetten’? We zijn hier niet samengekomen voor een wetenschappelijk congres over de vraag wat er op die 14e januari 1619 gebeurd is en hoe je daar vanuit zeer verschillende perspectieven en disciplines je zegje over kunt doen. Laat ik het zo zeggen: wat we hier uitspreken behoort bij de grenssituaties, omdat je je realiseert dat hier breuken ontstaan die bijkans niet meer te helen zijn. Ook de recente kerkgeschiedenis laat dat zien en op lokaal niveau zie ik in Hilversum terug dat een vertegenwoordiger van de Remonstrantse gemeenschap als waarnemer deelneemt aan de vergaderingen van de Algmene Kerkenraad van de Protestantse gemeente Hilversum.

            – Communicatie wordt verbroken.

– ‘Buiten de deur zetten’ lees ik als een zeer zware maatregel van tucht. We voelen allemaal aan hoe lastig dat kan zijn, wanneer we zo verdeeld zijn geraakt. Je meldt je één of twee deuren verder…

– Een betere of hogere weg zou zijn: samen buigen voor Jezus Christus, Heere van de kerk. Bijgelicht door het profetisch Woord (2 Pet. 1:19) ‘En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een ​lamp​ die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de ​morgenster​ opgaat in uw ​hart.’ Dit Woord is de gemeenschappelijke schat die toevertrouwd is aan Remonstranten en Contraremonstranten. Die duistere plaats is de wereld waarin wij leven, bewegen en zijn. Wij zijn geen toeschouwers, maar met huid en haar daarbij betrokken en worden daardoor bepaald. Daarom niet elkaar de deur wijzen, maar samen terechtkomen bij de Kurios van de Kerk.

De tweede tekst die ik in dit verband citeer, komt uit Ef. 5:25-27. In de HSV staat daarboven: ‘Vrouw en man in het huwelijk’, maar daar lees je ook prachtige dingen over het werk van de verhoogde Christus met het oog op Zijn bruidsgemeente: ‘Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook ​Christus​ de ​gemeente​ liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou ​heiligen, door haar te ​reinigen​ met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een ​gemeente​ zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij ​heilig​ en smetteloos zou zijn.’ Bij zulke woorden vallen etiketten weg en blijft over een gemeenschappelijk buigen voor het Woord. Met de woorden van Paulus: ‘Ende ick wijse u eenen wegh, die noch uytnemender is.’ Zoals u weet, volgt dan het dertiende hoofdstuk van de eerste brief aan Korinthe over de uitnemendheid van de liefde.

Ter voorbereiding heb ik o.a. het magnum opus van mijn leermeester Cornelis Graafland erbij gepakt: Van Calvijn tot Barth, 1987, pag. 592. Aan het einde van de paragraaf over ‘de verdere bezinning van de remonstranten en hervormden samen’ schrijft hij – nu dus ruim 30 jaar geleden – ‘Deze vorm van oecumenische theologie is er een van een slecht soort, omdat zij veel te gemakkelijk over de echte vragen is heengesprongen, door ze te overspoelen vanuit een universalistisch heilsidee. Daarom is er reden om de vraag te stellen: wanneer kan het gesprek rondom Dordt nog eens opnieuw en dan ter zake worden gevoerd? Dat gesprek moet in feite nog beginnen.’ De agenda met activiteiten in het kader van de herdenking van 400 jaar Synode van Dordrecht wekt de indruk dat ieder zo op zijn eigen manier invulling geeft aan de betekenis die de Synode heeft gehad.

‘Buiten de deur zetten’ lijkt me niet de juiste weg. Evenmin de weg die in Trouw (10 november 2018) werd voorgesteld door de redactie: ‘De remonstranten konden niet anders dan voor zichzelf beginnen. Het was bepaald niet de laatste kerkscheuring op het protestantse erf. Lange tijd leek de vaardigheid van het kerkscheuren Nederlandse protestanten eigen te zijn. Ook dat is de erfenis van ‘Dordt’. Niet echt iets om een ode over af te steken. We zijn gelukkig in een tijd beland waarin kerken, al dan niet onder druk van teruglopende ledentallen, elkaar opzoeken, samenwerken en fuseren. Dat vraagt om verdraagzaamheid, om ruimte voor andere opvattingen, om het omarmen van verschillen. Het zou heel wat waard zijn als de herdenking van 400 jaar ‘Dordt’ daar een extra stimulans aan geeft.’

4) Eerlijk gezegd ben ik wat verlegen met de woorden: ‘buiten de deur zetten’. Opgegroeid in een hervormde gemeente en predikant geworden in de Hervormde Kerk, ben ik van jongs af aan vertrouwd met de gedachte dat de kerk – helaas – een verdeeld huis is en onder haar dak zeer verschillende geluiden vertolkt worden. De vraag ligt er dus wat we zouden bereiken met ‘buiten de deur zetten’. De vorige week heeft uitermate goed duidelijk gemaakt hoe er naar orthodoxe belijders gekeken wordt (Nashvilleverklaring, WM). Liever zou ik dus zoeken naar een positief signaal dat we af zouden kunnen geven en blijven bij de ‘wegh, die noch uytnemender is’. Wat het label ook is dat we dragen – remonstrant of contraremonstrant – de theologie van de Dordtse Leerregels is in die zin bijbels, gereformeerd, katholiek en bij de tijd, dat zij de mens op zijn werkelijke plaats gesteld heeft en ontmaskerd heeft als vijand van God, die Hem naar de troon steekt. Wanneer we met elkaar hier terechtkomen, opent zich een weg, in plaats van een deur die even geopend wordt om anderen buiten te plaatsen.

5) Ten slotte wordt de mogelijkheid geopperd: ‘en een contraremonstrantie schrijven’. In mijn eerste schets had ik achter dit stukje van de vraag geschreven: ‘De GTU is niet gelukt, zou het dan wel lukken anno 2019 – 400 jaar na dato – een contraremonstrantie te schrijven?’ Dat is natuurlijk kort door de bocht, maar het geeft wel iets aan van de verlegenheid. Wat we in ieder geval kunnen doen c.q. moeten doen:

– duidelijk maken dat de verkiezingsleer geen struikelsteen is, maar een typisch gereformeerd aandachtspunt binnen het geheel van de catholica. Daarbij grijpen we terug op niemand minder dan kerkvader Aurelius Augustinus.

– er ons voor hoeden dat we van de verkiezingsleer een geïsoleerd thema maken dat aan alles voorafgaat in de zin van een statement dat eerst gemaakt moet worden, voordat we verder praten.

In plaats van een contraremonstrantie – hoe die er ook uit zou komen zien – zou ik met het oog op uw aanstaande conferentie de voorzet willen geven voor een belijdende uitspraak. Geen uitspraak contra een bepaalde overtuiging, groep, beweging of wat dan ook, maar een uitspraak pro Christus: Levend ‘in een duistere plaats’ volharden we in het aangevochten geloof in de katholiciteit van Christus’ kerkvergaderend werk en strekken we ons uit naar de dag waarop Hij Zijn katholieke volheid in Zijn lichaam aan het licht zal brengen.

Thema door Anders Norén