Uitkomst onderzoek: 'Eenheid in belijden'

 

De kerkelijke muren niet slechten, maar elkaar erkennen en herkennen in het gereformeerd belijden. Met die stelling (van de zeven keuzemogelijkheden) is bijna de helft, 48,5 procent, van de theologiestudenten het eens. Dit blijkt uit een gehouden onderzoek door twee CHE-studenten, in opdracht van het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte (COGG).

In totaal werkten aan dit onderzoek 260 theologiestudenten mee, van zes hogescholen en universiteiten. De hogescholen en universiteiten die hebben meegewerkt aan het onderzoek zijn (in alfabetische volgorde): Cursus Godsdienst Onderwijs (CGO), Christelijke Hogeschool Ede (CHE), Hersteld Hervormd Seminarie (HHS), Protestantse Theologische Universiteit (PThU), Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) en de Theologische Universiteit Kampen (TUK). Het grootste deel van de onderzochte theologiestudenten komt uit de volgende kerken (in alfabetische volgorde): Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland (GB-PKN), Gereformeerde Gemeenten (GG), Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKV) en de Hersteld Hervormde Kerk (HHK).

De doelstelling van het onderzoek was om het COGG een helder beeld te geven van de visie van theologiestudenten m.b.t. kerkelijke eenheid, het gereformeerd belijden en ethische thema’s. Ook kwam in het onderzoek aan de orde in hoeverre de visie van de theologiestudenten overeenkomt met de identiteit/grondslag van het COGG (De Bijbel en daarop gegronde Drie Formulieren van Enigheid). Als laatste heeft het onderzoek mogelijke werkwijzen aangereikt om de theologiestudenten te betrekken bij de doelstellingen van het COGG.

Verschillen kerkleer

Uit antwoorden op vragen betreffende de ecclesiologie (kerkleer) valt op dat een groot deel van de theologiestudenten het er geheel of gedeeltelijk mee eens is dat de verschillen tussen kerken te overbruggen zijn en daarom menselijk ingrijpen nodig is om tot kerkelijke eenheid te komen (68,1 procent). De meerderheid van de theologiestudenten ziet geheel of gedeeltelijk het nut in van het voornemen van het COGG om theologiestudenten die zich verbonden weten met het gereformeerd belijden, elkaar te laten ontmoeten met als doel dat de theologiestudenten elkaar gaan herkennen en erkennen als gereformeerde belijders (78,8 procent). Wat vinden de theologiestudenten van de inhoud van de Drie Formulieren van Enigheid? Het blijkt dat 59,2 procent van de studenten het helemaal eens is met de inhoud van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Voor de Heidelbergse Catechismus is dit percentage 57,3 en voor de Dordtse Leerregels 51,9.

Ambten

Hoe denken de theologiestudenten over een kerkelijk ambt voor homoseksuele mannen? Een groot deel van de studenten geeft aan dat zij het er mee eens zijn dat niet-praktiserend homoseksuele mannen een kerkelijk ambt mogen vervullen (83,8 procent). Voor wat betreft praktiserend homoseksuele mannen vindt de meerderheid dat deze geen kerkelijk ambt mogen vervullen (73,8 procent). Daarnaast vindt 59,2 procent dat praktiserende homoseksuelen geen belijdenis mogen doen. Met betrekking tot het thema ‘de vrouw in het ambt’ is 54,2 procent van de theologiestudenten van mening dat een vrouw geen kerkelijk ambt mag vervullen. Daarnaast vindt 51,2 procent van de ondervraagde studenten dat een vrouw tijdens de eredienst geen hoofdbedekking hoeft te dragen.

genade aanbod

Een meerderheid van de theologiestudenten blijkt het eens te zijn over het ‘aanbod van genade’. Volgens 83,8 procent is de belofte dat de vergeving van zonden is voor een ieder die gelooft, voor alle hoorders bestemd. Iedere hoorder van het evangelie wordt volgens 80,8 procent van de ondervraagde studenten, bevel gegeven zich te bekeren en te geloven.

Is het geloof een gave die door God in het hart wordt gelegd zonder toedoen van de mens? Op deze stelling reageerde 60,8 procent van de deelnemende theologiestudenten bevestigend, terwijl 24,2 procent het hier gedeeltelijk mee eens is. Op de stelling of kennis van eigen zonde en ellende noodzakelijk aan het geloof vooraf gaat, zegt slechts 18,1 procent het hiermee eens te zijn. Als het gaat over het middel waardoor het daadwerkelijk geloven gewerkt wordt, is 32,7 procent het er helemaal mee eens dat alleen het evangelie hiervoor het middel is. Voor wat betreft de verhouding tussen geloof en de wedergeboorte vindt 39,6 procent van de ondervraagden dat het niet mogelijk is om opnieuw geboren te zijn zonder bewust in Christus te geloven.

Zekerheid van het geloof

Hoe denken de theologiestudenten over de zekerheid van het geloof? Volgens 68,1 procent van de ondervraagden kan de gelovige twijfel ervaren over de vergeving van zonden. Op de stelling dat in het geloof altijd zekerheid is, zegt 28,8 procent het hier helemaal mee eens te zijn. Minder dan de helft van de studenten (40,8 procent) zegt dat de gelovige het geloof niet kan verliezen.

Verzoeningsleer

Voor de visie op de verzoening, kiest 54,6 procent van de theologiestudenten voor de stelling: Christus is voor alle mensen gestorven, maar alleen wie in Hem gelooft komt in de hemel. Volgens 26,5 procent van de theologiestudenten is Christus voor een deel van de mensen gestorven. Een deel van hen vult hierop aan dat Christus’ offer genoegzaam is voor de zonden van de gehele wereld. Deze laatste visie komt overeen met de Drie Formulieren van Enigheid. Daarentegen zegt het grootste deel van de ondervraagden dat een verschil in visie op de verzoening voor hen een belemmering vormt voor kerkelijke eenheid (70 procent).

Conclusie

Concluderend kan gesteld worden dat de visie van veel theologiestudenten op het gebied van kerkelijke eenheid overeenkomt met de visie van het COGG hierop. Tevens komt de visie van het merendeel van de theologiestudenten grotendeels overeen met de grondbeginselen van het COGG. Dit betekent dat er voor het COGG geen belemmering lijkt te zijn om met de theologiestudenten in contact te komen.

Toch blijkt inhoudelijk dat de theologiestudenten het niet altijd eens zijn over diverse thema’s uit de Drie Formulieren van Enigheid. Hier is dus nog veel winst te behalen voor het COGG door deze thema’s inhoudelijk met de studenten te bespreken zodat de studenten elkaar inhoudelijk (meer) kunnen gaan herkennen en erkennen als gereformeerde belijders. Daarnaast geeft een groot deel van de theologiestudenten zelf aan een diepere doordenking te wensen over thema’s als: doop, Israël (deze twee thema’s missen veel theologiestudenten ook in de belijdenisgeschriften), verzoening, predestinatie, erfzonde, aanbod van genade, geloof, wedergeboorte, geloofszekerheid, Heilig Avondmaal en de hel.

In het onderzoeksrapport worden aanbevelingen gedaan aan het COGG betreffende functieverbetering en naamsbekendheid, zodat zij door bespreking van inhoudelijke thema’s, de theologiestudenten meer kan betrekken bij haar doelstellingen.

.